Het gaat langzaam…

Het valt me niet mee hoe het momenteel gaat. Overprikkeling zorgt helaas weer voor vertraging. De concentratieproblemen zijn heftig en ik heb veel last van de tinnitus. Daarnaast heb ik erg last van pijn in mijn schouder (daar moet ik binnenkort aan geopereerd worden).

Inhoudelijk is het onderzoek helemaal klaar. Maar het proces van schrijven, schrappen en herschrijven vraagt wel om concentratie. Omdat dat het probleem is gaat het allemaal langzamer dan ik wilde.

Toch probeer ik wel steeds verder te werken en hoop ik echt dat het gauw weer beter gaat. Ik kijk ernaar uit om het onderzoek af te ronden.

 

Extra ‘laag’ aanbrengen: verheldering door vergelijking en confrontatie

Deze zomer is mijn weblog een beetje in het ‘vergeethoekje’ gekomen. Nu dan toch weer een update over mijn onderzoek.

De achterliggende weken ben ik vooral bezig geweest met literatuurstudie. Ik wil namelijk een extra ‘laag’ in het onderzoek aanbrengen. Het doel daarvan is de verheldering van de gevonden onderzoeksresultaten. Door die verheldering krijgen de resultaten een goede inbedding in het wetenschappelijk homiletisch discours.

Het is de bedoeling om, naast de beschrijving van de resultaten, ook een vergelijking/confrontatie met de visies van een aantal invloedrijke auteurs op het terrein van de homiletiek in het onderzoek te verwerken. Daarvoor heb ik (voorlopig) gekozen voor: David Buttrick, Fred Craddock, Ernst Lange, Thomas Long en Paul Wilson. Daarnaast zullen op onderdelen ook andere auteurs in het ‘gesprek’ betrokken worden.

Het doel van deze extra ‘laag’ in het onderzoek is dus vooral het verhelderen van het eigen karakter van de prediking in de Gereformeerde Gemeenten.

Ik hoop volgende week te kunnen beginnen met het verwerken van dit ‘gesprek’ in de tekst van de hoofdstukken. Ik verwacht dat dat redelijk snel kan gaan.

Over ruim twee weken staat weer een bespreking met mijn begeleiders gepland; daarna hoop ik dan wat meer duidelijkheid te kunnen geven over het vervolg.

Toch gelukt

Na ruim een maand niet te hebben kunnen werken vanwege de overprikkeling en de concentratieproblemen kreeg ik toch wel een beetje spanning met betrekking tot het verdere verloop van het onderzoek.

Omdat er volgens afspraak vóór 28 juni een nieuwe versie van hoofdstuk 8 klaar moest zijn, werd het probleem vorige week wel steeds groter. Ik heb daarom een soort ‘noodplan’ opgesteld.

Ik ben vorige week maandag begonnen met 10 minuten werken aan het onderzoek. Daarna was ik aan de grens voor mijn concentratie. Daarom ben ik wat gaan ‘rommelen’ (rond lopen in de woonkamer, krantje inkijken, kijken of er nog ge-appt was en of er mail was…). Toen mijn hoofd weer wat helderder was ben ik weer achter het bureau gaan zitten.

Dat is de afgelopen anderhalve week steeds het patroon geweest. Soms lukte het maar 10 minuten, maar er was ook een keer van 45 minuten bij. Al die stukjes bij elkaar stelden me uiteindelijk in staat om vandaag de nieuwe versie van het hoofdstuk af te ronden.

Deze dagen van ‘doorduwen’ hadden wel een prijs: elke avond helemaal op en vreselijk last van de fluittoon in mijn hoofd… Maar het was het waard. Ik wil het onderzoek zo graag afkrijgen.

Ik weet dat de komende dagen (heel) moeilijk zullen zijn, maar hoop weer op tijd hersteld te zijn om op 6 juli het hoofdstuk met mijn begeleiders te kunnen bespreken.

Ondertussen tob ik met een pijnlijke schouder. Er blijkt een scheur te zitten in één van de pezen bij de schouder. Volgende week hoor ik of die geopereerd moet worden of dat er op een andere manier geprobeerd wordt om tot verbetering te komen. Je komt er zo wel achter hoeveel je gebruik maakt van je schouder…

De problemen van de afgelopen tijd lijken erg op de periodes van burn-out. Ik hoop zo dat ik het onderzoek af kan ronden binnen het tijdpad dat we nu hebben opgesteld. Dat betekent dat ik erg voorzichtig moet zijn om niet weer helemaal uit te vallen.

Ik ben blij dat het gelukt is om het hoofdstuk op tijd af te krijgen. Het geeft me ook hoop dat het eind van het traject nu echt in beeld komt. Als alles goed mag gaan zal het manuscript december aanstaande worden ingeleverd. Ik kijk er wel naar uit.

Moeilijke maand

In het vorige berichtje gaf ik al aan dat het niet zo goed ging. Vandaag is het een maand geleden dat ik iets concreets aan mijn onderzoek heb gedaan. Toen had ik een bespreking met Theo Pleizier. Daarna lukte het me niet om er aan te werken. De overprikkeling was dus heftiger dan ik had gedacht.

Naast de concentratieproblemen heb ik ook last van een pijnlijke schouder. Er zijn al foto’s van gemaakt en komende week moet er een echo gemaakt worden. Waarschijnlijk is er een pees in de schouder gescheurd. Naast pijnlijk is het vooral heel lastig. Je komt er zo wel achter hoe vaak je je schouder gebruikt.

Ik wil komende week proberen om toch te gaan werken aan de omwerking van het hoofdstuk over de invloed van de visie op de eeuwigheid en op de verzoening. Het is de bedoeling dat dit hoofdstuk begin juli met de begeleiders besproken wordt. Dat betekent dat het wel binnenkort klaar moet zijn. Ze moeten ook de tijd hebben om het door te nemen.

Hopelijk lukt het om de draad toch weer op te pakken.

Helaas: drama in mijn hoofd

Korte update: de afgelopen weken weer mijn grenzen vergeten. Nu weer veel last van mijn hoofd. Moe, concentratieproblemen en vreselijk last van de constante fluittoon. Ook moeite om mijn gedachten in het goede spoor te houden. Moeilijk. Ik had zo gehoopt dat het een poosje beter zou gaan.

Het onderzoek ligt daardoor even stil. Het lukt gewoon niet. Ik hoop echt dat het me deze week weer lukt om het een beetje op te pakken.

Vorige week dinsdag een goede bespreking gehad met Theo Pleizier (co-promotor). We hebben het hoofdstuk over de methodologie stevig doorgenomen.

De dagen daarna lukte het niet meer om op gang te komen. Inmiddels dus een week. Hopelijk komt er gauw wat verbetering.

Stevig tempo

Voor de trouwe lezers: excuses dat ik te lang niets van me heb laten horen. Ik was te veel gericht op andere dingen om er voor te gaan zitten en weer iets te schrijven.

Het onderzoek gaat gelukkig echt lekker door. Ik ben bezig aan de laatste hoofdstukken. Tegelijkertijd werk ik steeds aan herzieningen van de eerdere hoofdstukken. Het werk is echt bijna klaar.

Ik heb met Immink en Pleizier een tijdpad gemaakt. De planning is dat het manuscript dit najaar echt klaar is. In het tempo waarop het nu gaat moet dat ruim lukken.

De laatste weken heb ik de analyseresultaten met betrekking tot de invloed van de verkiezing en verzoening op de bevinding uitgewerkt. Ik heb echt geprobeerd ‘in de huid van de predikanten te kruipen’. Het is immers kwalitatief onderzoek. Dat betekent dat in het onderzoek het perspectief van degene die in het onderzoek centraal staat leidend is.

Het is heel bijzonder om op deze manier in beeld te krijgen wat in de bevinding in deze preken allemaal meespeelt. Ik hoop dat het lukt om het ook goed te beschrijven.

De komende weken heb ik verschillende gesprekken met mijn begeleiders. Daarin proberen we min of meer definitieve versies van een deel van de hoofdstukken af te ronden.

Wat mij persoonlijk betreft: het gaat gelukkig redelijk goed. Er zijn de laatste weken heel moeilijke momenten geweest waarop ik eigenlijk erg labiel was. Maar gelukkig lukt het dan wel – mede door het werk aan het onderzoek – om weer wat ‘steviger in mijn  mentale schoenen te staan’.

Het is ook fijn dat mijn lichamelijke conditie weer echt vooruit gaat. Dat helpt ook om de dingen wat beter aan te kunnen.

Het is de bedoeling dat ik de komende tijd weer regelmatiger een verslagje schrijf. Ik hoop dat ik voldoende voortgang maak om telkens iets te kunnen melden.

Achterliggende patronen voor de uitleg

Momenteel ben ik bezig met een nieuwe versie van het hoofdstuk over de achterliggende patronen voor de uitleg. Daarbij gaat het om de rol die de drieslag ‘ellende-verlossing-dankbaarheid’, de heilsfeiten en de heilsorde spelen in de uitleg van de Bijbeltekst.

Bij alle verschillen tussen de predikanten lijkt er toch wel bij allemaal sprake te zijn van aantoonbare invloed van deze achterliggende patronen.

Naast het schrijven aan dit hoofdstuk ben ik voorzichtig begonnen met pianoles. Een wens die ik als kind al had, maar die er nooit eerder van kwam. We hadden thuis geen piano (wel een harmonium natuurlijk). Nu wil ik, na heel veel moed verzamelen, proberen om die wens toch nog invulling te geven.

Verder merk ik dat ik erg veel energie kwijt raak aan de strijd tegen het oude ‘monster’, de depressieve gedachten. Het blijft een verdrietige worsteling.

Gelukkig ook mooie dingen: we hebben een tweede kleindochter gekregen en genieten daar erg van. Een rijk geschenk!

Bespreking en bewerking

Gisteren een bespreking van hoofdstuk vijf gehad. Dat is het hoofdstuk over de manieren waarop in de preek de bevinding aan de Bijbeltekst verbonden wordt. Het was een pittige bespreking. De kern van het hoofdstuk is prima en moet zo blijven. Maar de randen zijn (nog) niet in orde.

Het inleidende deel bevat bijvoorbeeld veel te veel tekst. Dat moet niet alleen korter, maar ook anders. Er moet veel meer vanuit het onderzoeksmateriaal geschreven worden en minder vanuit de homiletische theorie. Met andere woorden: de aanvliegroute moet veel korter en moet beschreven worden vanuit het landschap waarboven gevlogen wordt.

In het inleidende deel zat ook een beschrijving van de retorische eigenschappen, de vorm en de structuur van de preken, een soort ‘oppervlakte-schets’. Die moet bewerkt en in een ander hoofdstuk geplaatst. Hij valt hier teveel uit de toon.

Al met al, er moet wel weer gewerkt worden. Gelukkig niet omdat het niet goed gaat, maar omdat het anders beter kan.

Ik moet zelf, misschien mede doordat ik in de afgelopen weken behoorlijk ziek geweest ben, wel steeds meer knokken om verder te gaan. Ik begin het onderzoek bij tijden behoorlijk zat te worden. Maar beide begeleiders benadrukten dat iedere onderzoeker daar op zo’n moment last van heeft, en dat het ‘zonde’ zou zijn als ik het niet afmaakte. Zij zien het dus helemaal zitten.

Nu ik nog 🙂

 

‘Zonnebril-dagen’, griep en benauwdheid

De afgelopen drie weken veel binnen gezeten. Eerst kon drie dagen lang bijna geen licht verdragen. Ik moest de hele dag met een zonnebril op lopen. Daarna anderhalve week stevig griep. Nu, als gevolg van een luchtweginfectie, last van benauwdheid.

Niet een situatie om lekker wat aan het onderzoek te kunnen doen 🙂

Toch wel wat gedaan. De nieuwe versie van hoofdstuk 5 is klaar. Eerst was het een verslag van de gevonden resultaten ten aanzien van de manieren waarop in de preek bevinding aan de Bijbeltekst wordt verbonden. Nu is ook de reflectie vanuit de vakliteratuur er in verwerkt.

Jammer genoeg heb ik de afspraak die ik voor vandaag had staan moeten afzeggen wegens ziekte. De bespreking van het hoofdstuk moet dus nog even wachten.

Ik hoop volgende week aan hoofdstuk 6 verder te kunnen gaan. Daarin zal het gaan over de achterliggende patronen in de preken. Dat betekent dat ik zal ingaan op de visie op de geloofsweg. Denk daarbij aan de ‘kruispunten’ of ‘standen in de genade’, maar ook aan de metafoor van de (pelgrims)weg. Deze patronen spelen op de achtergrond in de preken een grote rol.

Hopelijk kan ik op korte termijn een nieuwe afspraak met mijn begeleiders maken.

Vergelijking levert nog meer zicht op uitleg op

Het schrijven van het proefschrift vraagt niet alleen doorzettingsvermogen, maar is ook steeds weer opnieuw aanleiding tot nog preciezer uitzoeken hoe het nu allemaal zit.

Op dit moment ben ik bezig met het hoofdstuk over de manier waarop de bevinding aan de bijbeltekst gekoppeld wordt. Al schrijvend wilde ik kijken of er nog beter zicht op dit fenomeen in de preek te krijgen was door preken over dezelfde tekst met elkaar te vergelijken.

Dat betekent wel weer nieuw onderzoekswerk. Al waren deze preken wel helemaal geanalyseerd, ze waren op het niveau van de wijze van uitleg nog niet zo uitgebreid naast elkaar gelegd.

Het zijn acht preken (4 x 2 preken over dezelfde tekst), die niet op deze overeenkomst in tekst waren uitgekozen (de selectie was willekeurig), maar nu er in het onderzoeksmateriaal zoveel vergelijkingsmogelijkheid aanwezig is, levert dat misschien toch nog meer inzicht op.

Zo blijf je natuurlijk wel steeds bezig 🙂  Maar goed, het schrijven vordert inmiddels ook en de onderbouwing wordt op deze manier steeds uitgebreider. Uiteindelijk winst dus.

Het gaat allemaal wel langzamer dan ik wilde. De concentratie is door de overprikkeling de afgelopen twee maanden niet vooruit gegaan. Ik moet op sommige dagen ook erg mijn best doen om qua energie overeind te blijven. Ik hoop dat het, nu het leven wat regelmatiger wordt, op korte termijn wel vooruit zal gaan. In deze conditie ben ik gewoon erg kwetsbaar voor spanningen en depressiviteit.

Begin februari hoop ik weer een overleg met Immink en Pleizier te hebben. Het zou fijn zijn als ik dan in ieder geval het hoofdstuk waar ik nu aan bezig ben afgerond heb.