Zelfonderzoek

Af en toe moet je jezelf kritisch bevragen op wat je aan het doen bent. Deze week heb ik dat eens gedaan. De belangrijkste vraag die ik mezelf stelde m.b.t. mijn onderzoek was: verdiep je je nu op dit moment in al die theorie omdat dat nodig is, of omdat je zo weinig zin hebt in het maken van de preekanalyses?

Ik moet eerlijk zeggen: daar heb ik niet een sluitend antwoord op gevonden. De theorie waar ik momenteel mee bezig ben heeft direct te maken met het tweede deel van de analyses. Het gaat allemaal over vormen van inhoudsanalyse. Ik wil dat goed onderbouwen, en ik denk dat daar niets mis mee is. Alleen… dat ik me daar bijna helemaal op richt is momenteel niet nodig. Voor dat onderdeel heb ik nog tijd genoeg zolang de eerste ronde van de analyse nog niet afgerond is.

Toch was het wel nodig om mezelf er mee te confronteren dat ik het concrete analyseren voor de eerste ronde (de meer retorische analyse die een voorbereiding is voor het vervolgonderzoek) eigenlijk te veel uitstel. Het is niet echt inspirerend werk, het kost veel tijd per preek (zeker bij preken die niet uitblinken in structuur) en het lijkt nog zo weinig te maken te hebben met wat ik echt in mijn onderzoek wil.

Misschien wordt het tijd om een wat strakker schema te maken voor die analyses. Ik denk dat ik daarmee mezelf over de drempel kan helpen. De analyses vormen de basis voor mijn onderzoek, dus ik moet daar gewoon gestructureerd aan gaan werken. Pas als ik de eerste ronde van het analyseren van de preken af heb (dat duurt nog wel even, want het zijn er zo’n 300), kan ik verder gaan met het concretere inhoudelijke onderzoek. Het is dus belangrijk dat ik deze hobbel neem.

Tussendoor heb ik me ook wat verdiept in het ‘zelfonderzoek’ in de Moderne Devotie, maar vooral ook in de Nadere Reformatie en het puritanisme. Zeker bij de laatste twee stromingen zijn de bronnen te vinden voor een deel van de bevinding die in de preken een rol speelt.

Wat de gezondheid betreft: de bijwerkingen van de medicijnen zijn nog steeds niet helemaal weg. Bovendien heeft het stoppen ook als gevolg dat alle dingen weer wat sterker ‘beleefd’ worden (je beleving/emoties worden door de medicijnen natuurlijk behoorlijk afgevlakt). Dat geeft weer meer prikkel-beleving en vermoeidheid. Gelukkig lijkt het of de depressiviteit door het stoppen met de medicijnen niet is toegenomen. Hopelijk blijft dat zo.