Normering en separatie

Deze week heb ik een nieuwe analyseronde gedaan. Ik ben opnieuw alle veertig preken doorgegaan om te kijken hoe daarin sprake is van normering en van separatie. Dat heeft weer veel data opgeleverd. Ik hoop daarmee de komende week aan de slag te gaan. Dat moet leiden tot een nieuwe notitie.

Van normering kan in preken sprake zijn wanneer wordt aangegeven welke kenmerken het ware geloof of de ware geloofsbeleving heeft. Het kan ook door het gebruik van normatieve taal (‘echte’, ‘ware’, ‘oprechte’, etc.).

Separatie is het onderscheiden tussen de hoorders in waar geloof en onterecht geloof of ongeloof. Maar ook het onderscheiden in soorten ware gelovigen (bekommerden, geoefenden, etc.) of soorten ongelovigen (hypocrieten, tijdgelovigen, etc.) valt eronder. Tenslotte kan er sprake zijn van separatie doordat bepaalde groepen in de gemeente apart worden aangesproken (kinderen, vaders en moeders, maar ook: ‘Kinderen des Heeren’).

Voor de notitie die ik wil schrijven gaat het er daarbij om hoe deze normering en de separatie in relatie staan tot de bevinding in de preek. Spelen ze een rol in het functioneren van de bevinding in de concrete preken? En zo ja, welke rol? Daar gaat het in deze notitie over.

In een vorig bericht vertelde ik dat ik in Zwolle hard op mijn rug ben gevallen. De pijn in mijn rug en de stijfheid hebben een paar weken geduurd, maar nu lijken alle gevolgen toch vrijwel weg te zijn.

Ik heb inmiddels ook bericht van GGZ gekregen dat ze in het nieuwe jaar een cognitieve therapie willen aanbieden zodat ik beter leer omgaan met de gevolgen van mijn Asperger-problematiek en met de depressiviteit. Ik hoop echt dat ik daar baat bij zal hebben.