Bruisende start

Het begin van de week was al meteen heel inspirerend voor mijn onderzoek. Maandag had ik een gesprek met Theo Pleizier over een aantal methodologische vragen waar ik tegenaan gelopen was. Hij heeft me geholpen om daarin de weg te vinden en het gesprek met hem was voor mij ook m.b.t. mijn onderzoek heel verhelderend. Het was echt heel goed om zo eens van gedachten te wisselen over wat je aan het doen bent, en daar dan goede vragen en tips bij te krijgen.

Dinsdag heb ik wel weer rustig aan moeten doen, maar dat kwam ook goed uit. Jannie had een vrije dag en we zijn ’s middags op bezoek geweest bij familie. Erg gezellig; het is mooi om elkaar zo eens van ‘aangezicht tot aangezicht’, en ‘van hart tot hart’ te spreken.

Woensdagmorgen had ik een gesprek met prof. Immink. We hebben het onderzoek helemaal op de rails gezet. Het wordt officieel aangemeld en het is de bedoeling dat Theo Pleizier de copromotor wordt. Ik heb donderdag de benodigde spullen voor de promotiecommissie geregeld en prof. Immink zal zorgen dat het daar terecht komt. Weer een hele stap verder.

Ik heb inmiddels ook een afspraak met ds. André Verweij uit Lisse. Hij hoopt in februari te promoveren op een proefschrift over preken uit de lijdenstijd. Omdat hij gebruik heeft gemaakt van een vergelijkbare methode van onderzoek,  is aan hem gevraagd om mij daar wat meer informatie over te geven. Een mooie kans om van gedachten te wisselen met iemand die uit ervaring advies kan geven over het gebruik van de onderzoeksmethode.

Het onderzoek is nu niet meer in de eerste plaats gericht op de catechismuspreken (al blijven die er wel een deel van uitmaken), maar concentreert zich op de bevinding in de preken. Wat is de inhoud van die bevinding, en hoe functioneert die in de preken. Zoals in elk onderzoek, liep ik er steeds meer tegenaan dat ik teveel wilde. Ik moest dus beperken en heb uiteindelijk de kern van mijn onderzoek overgehouden: de visie op het geestelijke leven zoals die uit de preken naar voren komt en de vraag hoe dat in de preken zelf gestalte krijgt. Om daar zicht op te krijgen ga ik preken analyseren. Daarvoor gebruik ik de onderzoeksbenadering van de Grounded Theory.

Het was dus een drukke week. Daar horen dan de onvermijdelijke gevolgen bij, en ook al is dat echt vervelend en soms heel moeilijk, er stond deze week voor mij ook veel tegenover. In zo’n week kun je, onder de migraine-achtige flitsen en steken en het constante fluitgeluid in je hoofd, toch rondlopen met een glimlach. Als je naar de goede dingen kijkt, is het soms heel eenvoudig om dankbaar te zijn. Dat moet ik beter proberen te onthouden.