Lekker lezen voor het onderzoek

Deze week weer lekker wat gelezen. Ik ben bezig in de dissertatie van Jantine Nierop. De ontwikkeling in de homiletische opvattingen van Karl Barth is heel interessant.

Nierop richt zich in haar onderzoek vooral op Rudolf  Bohren. Omdat Bohren in zijn werk lijnen uit het denken van Van Ruler opneemt en verwerkt ben ik wat gaan lezen over Van Rulers pneumatologische opvattingen. Dat geeft veel helderheid over allerlei ontwikkelingen in de praktische theologie. Boeiend!

Daarnaast heb ik deze week H. C. Pipers Predigtanalysen vrijwel uit gelezen. Je weet natuurlijk met je verstand wel dat de invloed van de prediker op de inhoud van de preek groot is (al ben je als gereformeerde jongen natuurlijk altijd geneigd om de prediking vooral als Gods Woord te zien) maar als je in deze analyses ziet hoe groot die invloed is dan schrik je daar toch wel van.

Heel belangrijk dat in het homiletisch onderzoek niet alleen de principiële uitgangspunten onderzocht worden, maar ook de rol en betekenis van de prediker zelf en van de hoorders. Ik moet daar nog verder over nadenken, maar heb het idee dat Van Ruler in dit opzicht met zijn pneumatologische benadering het goddelijke en menselijke in de prediking op principiële manier dichter op elkaar betrok dan tot dan toe het geval was geweest.

Ik ben benieuwd hoe Bohren dat verder oppikte en verwerkte in zijn Predigtlehre. Ik ga dus de komende tijd weer verder met het lezen van Die Gestalt der Predigt im Kraftfeld des Geistes (de dissertatie van Jantine Nierop).