Gezelschapspraat over prediking… :)

Afgelopen maandag ben ik naar het homiletisch werkgezelschap geweest. Twee keer per jaar komen homileten uit allerlei kerkelijke achtergronden bij elkaar om van gedachten te wisselen over een actueel en/of belangrijk thema m.b.t. de prediking. Een bijzonder gezelschap dus.

Deze keer hebben we gesproken over de dissertatie van Kees van Dusseldorp (Preken tussen de verhalen). Het was voor mij de eerste keer dat ik er was. Ik werd heel gastvrij onthaald en heb een goede en prikkelende bespreking over narrativiteit in de prediking meegemaakt. Leerzaam; ook goed om contacten te krijgen met mensen die beroepshalve dubbel met prediking bezig zijn: ze preken zelf en houden zich bezig met het vak predikkunde.

Voor mij zijn zulke bijeenkomsten wel energievreters. Het is spannend om in een nieuw gezelschap terecht te komen, het meedoen is intensief en de lange reis naar Kampen kostte ook gewoon de nodige concentratie. Dan merk je weer heel hard dat deze enorme hoeveelheid prikkels op één dag eigenlijk (veel) te veel is. Naast de prikkels die zo’n bijeenkomst oplevert is het eerlijk gezegd ook zo dat het ‘zo normaal mogelijk doen’  en het ‘zoveel mogelijk aanpassen aan de rest van de aanwezigen’ (dus zo min mogelijk overkomen als iemand met Asperger) heel veel energie kost. Ik heb de drie dagen daarna gewoon heel hard nodig gehad om bij te komen en eigenlijk is het nog niet helemaal over. Maar het was het wel waard.

Deze week heb ik via de mail contact gehad met een taalwetenschapper over (on)mogelijkheden m.b.t. het retorisch analyseren van preken. Ik ben iedere keer weer verrast door de bereidheid van allerlei mensen om mee te denken over de vragen waar ik tegenaan loop. Ook nu werd ik voorzien van allerlei literatuurtips en vooral ook van opmerkingen over dingen die wel en niet kunnen of haalbaar zijn bij de grote lappen tekst die preken eigenlijk zijn. Erg leerzaam.

Ik ben deze week een stuk verder gekomen. Door al het lezen (vooral vorige week) en door de tips en reacties die ik van verschillende kanten heb gekregen ben ik steeds meer in staat om te focussen op wat ik met de analyse precies helder wil krijgen. Daardoor wordt het ook duidelijker waar het analysemodel aan moet voldoen.

Komende maandag hoop ik een overleg met prof. Baars te hebben. We bespreken dan de hoofdstukken die af zijn en kijken hoe het verder zal gaan. Ik ben erg benieuwd naar zijn reactie.