Aan hoofdstuk 3 begonnen

De achterliggende week heb ik een echt begin gemaakt met hoofdstuk 3. Ik weet nu precies hoe ik het hoofdstuk wil opbouwen en heb van de eerste onderdelen een eerste versie. Voor het vervolg moet ik eerst mijn aantekeningen uitwerken, dan kan dat ook ingevuld worden. Het voelt goed en ik denk dat ik de komende week het grootste deel van het hoofdstuk af kan ronden.

Inmiddels ben ik in mijn hoofd al bezig met hoofdstuk 4. Het leeswerk daarvoor heb ik ongeveer voor de helft af en wat ik gelezen heb geeft me al genoeg om over te denken en om meer gestructureerd met lezen verder te gaan. Daar hoop ik de komende week ook mee aan de slag te gaan. Ik heb daar ook echt zin in, want dat wordt het belangrijkste theoretische hoofdstuk. Het moet de onderbouwing van het analysemodel worden.

Tussendoor ben ik – bij de koffie etc. – aan het lezen in Preken tussen de verhalen, de dissertatie van Kees van Dusseldorp. Ik ben bezig om daarvan een recensie voor Wapenveld te schrijven. Zijn onderzoek is vooral theoretisch en is gericht op de vragen in het spanningsveld van narrativiteit en de gereformeerde homiletiek. Ìk denk trouwens dat dit onderzoek niet alleen voor theologen (homileten) interessant kan zijn, maar ook voor docenten die zich op reformatorische of gereformeerde Pabo’s bezighouden met de theoretische kant van Bijbelvertellingen.

We hebben de afgelopen week een nieuwe studieplek voor mij ingericht. Nu Kees getrouwd is hebben we wat meer ruimte boven en daar heb ik nu een eigen hoekje. Het voelt goed; ik hoop er met veel plezier te kunnen werken.