Achterliggende patronen voor de uitleg

Momenteel ben ik bezig met een nieuwe versie van het hoofdstuk over de achterliggende patronen voor de uitleg. Daarbij gaat het om de rol die de drieslag ‘ellende-verlossing-dankbaarheid’, de heilsfeiten en de heilsorde spelen in de uitleg van de Bijbeltekst.

Bij alle verschillen tussen de predikanten lijkt er toch wel bij allemaal sprake te zijn van aantoonbare invloed van deze achterliggende patronen.

Naast het schrijven aan dit hoofdstuk ben ik voorzichtig begonnen met pianoles. Een wens die ik als kind al had, maar die er nooit eerder van kwam. We hadden thuis geen piano (wel een harmonium natuurlijk). Nu wil ik, na heel veel moed verzamelen, proberen om die wens toch nog invulling te geven.

Verder merk ik dat ik erg veel energie kwijt raak aan de strijd tegen het oude ‘monster’, de depressieve gedachten. Het blijft een verdrietige worsteling.

Gelukkig ook mooie dingen: we hebben een tweede kleindochter gekregen en genieten daar erg van. Een rijk geschenk!

Bespreking en bewerking

Gisteren een bespreking van hoofdstuk vijf gehad. Dat is het hoofdstuk over de manieren waarop in de preek de bevinding aan de Bijbeltekst verbonden wordt. Het was een pittige bespreking. De kern van het hoofdstuk is prima en moet zo blijven. Maar de randen zijn (nog) niet in orde.

Het inleidende deel bevat bijvoorbeeld veel te veel tekst. Dat moet niet alleen korter, maar ook anders. Er moet veel meer vanuit het onderzoeksmateriaal geschreven worden en minder vanuit de homiletische theorie. Met andere woorden: de aanvliegroute moet veel korter en moet beschreven worden vanuit het landschap waarboven gevlogen wordt.

In het inleidende deel zat ook een beschrijving van de retorische eigenschappen, de vorm en de structuur van de preken, een soort ‘oppervlakte-schets’. Die moet bewerkt en in een ander hoofdstuk geplaatst. Hij valt hier teveel uit de toon.

Al met al, er moet wel weer gewerkt worden. Gelukkig niet omdat het niet goed gaat, maar omdat het anders beter kan.

Ik moet zelf, misschien mede doordat ik in de afgelopen weken behoorlijk ziek geweest ben, wel steeds meer knokken om verder te gaan. Ik begin het onderzoek bij tijden behoorlijk zat te worden. Maar beide begeleiders benadrukten dat iedere onderzoeker daar op zo’n moment last van heeft, en dat het ‘zonde’ zou zijn als ik het niet afmaakte. Zij zien het dus helemaal zitten.

Nu ik nog 🙂

 

‘Zonnebril-dagen’, griep en benauwdheid

De afgelopen drie weken veel binnen gezeten. Eerst kon drie dagen lang bijna geen licht verdragen. Ik moest de hele dag met een zonnebril op lopen. Daarna anderhalve week stevig griep. Nu, als gevolg van een luchtweginfectie, last van benauwdheid.

Niet een situatie om lekker wat aan het onderzoek te kunnen doen 🙂

Toch wel wat gedaan. De nieuwe versie van hoofdstuk 5 is klaar. Eerst was het een verslag van de gevonden resultaten ten aanzien van de manieren waarop in de preek bevinding aan de Bijbeltekst wordt verbonden. Nu is ook de reflectie vanuit de vakliteratuur er in verwerkt.

Jammer genoeg heb ik de afspraak die ik voor vandaag had staan moeten afzeggen wegens ziekte. De bespreking van het hoofdstuk moet dus nog even wachten.

Ik hoop volgende week aan hoofdstuk 6 verder te kunnen gaan. Daarin zal het gaan over de achterliggende patronen in de preken. Dat betekent dat ik zal ingaan op de visie op de geloofsweg. Denk daarbij aan de ‘kruispunten’ of ‘standen in de genade’, maar ook aan de metafoor van de (pelgrims)weg. Deze patronen spelen op de achtergrond in de preken een grote rol.

Hopelijk kan ik op korte termijn een nieuwe afspraak met mijn begeleiders maken.

Vergelijking levert nog meer zicht op uitleg op

Het schrijven van het proefschrift vraagt niet alleen doorzettingsvermogen, maar is ook steeds weer opnieuw aanleiding tot nog preciezer uitzoeken hoe het nu allemaal zit.

Op dit moment ben ik bezig met het hoofdstuk over de manier waarop de bevinding aan de bijbeltekst gekoppeld wordt. Al schrijvend wilde ik kijken of er nog beter zicht op dit fenomeen in de preek te krijgen was door preken over dezelfde tekst met elkaar te vergelijken.

Dat betekent wel weer nieuw onderzoekswerk. Al waren deze preken wel helemaal geanalyseerd, ze waren op het niveau van de wijze van uitleg nog niet zo uitgebreid naast elkaar gelegd.

Het zijn acht preken (4 x 2 preken over dezelfde tekst), die niet op deze overeenkomst in tekst waren uitgekozen (de selectie was willekeurig), maar nu er in het onderzoeksmateriaal zoveel vergelijkingsmogelijkheid aanwezig is, levert dat misschien toch nog meer inzicht op.

Zo blijf je natuurlijk wel steeds bezig 🙂  Maar goed, het schrijven vordert inmiddels ook en de onderbouwing wordt op deze manier steeds uitgebreider. Uiteindelijk winst dus.

Het gaat allemaal wel langzamer dan ik wilde. De concentratie is door de overprikkeling de afgelopen twee maanden niet vooruit gegaan. Ik moet op sommige dagen ook erg mijn best doen om qua energie overeind te blijven. Ik hoop dat het, nu het leven wat regelmatiger wordt, op korte termijn wel vooruit zal gaan. In deze conditie ben ik gewoon erg kwetsbaar voor spanningen en depressiviteit.

Begin februari hoop ik weer een overleg met Immink en Pleizier te hebben. Het zou fijn zijn als ik dan in ieder geval het hoofdstuk waar ik nu aan bezig ben afgerond heb.

Tussen tekst en tobberij

Het is weer even geleden dat ik een berichtje plaatste. Dat betekent niet dat er intussen niets is gedaan aan het onderzoek. Gelukkig niet. Ik heb aardig wat tekst geschreven. Van de eerste vier hoofdstukken is inmiddels een tweede versie af en van hoofdstuk vijf is die tweede versie in de maak.

Dat betekent niet dat die hoofdstukken helemaal klaar zijn. Ze moeten weer besproken worden en daaruit zal wel weer heel wat werk voortkomen. Ik ga er vanuit dat ze nog wel een keer helemaal bewerkt zullen moeten worden.

Ik ben blij dat het schrijven wel lukt. Het kost veel doorzetten, omdat het momenteel helemaal niet zo goed gaat met me. Het is echt tobben met het energielevel. Doet me weer sterk denken aan hoe het ging na de twee keer dat ik helemaal burn-out was. De hele dag trekken aan een lijf wat niet mee wil. Ook de fluittoon in mijn hoofd is niet goed voor de concentratie.

Dat ik toch vorder is voor mezelf een raadsel, maar wel een verblijdend raadsel. Het zal wel te maken hebben met het feit dat ik er erg naar uitzie om het onderzoek ook echt af te ronden. Nu de eindstreep in zicht lijkt te komen wil ik toch niet stoppen.

Ik las in het RD een interview met mr. D. Vergunst. Hij stelde dat de predikanten in de Gereformeerde
Gemeenten niet geneigd zijn om te reflecteren op de prediking. Hopelijk draagt mijn onderzoek er t.z.t. aan bij dat die reflectie toch op gang kan komen. Het is mijn opzet om de bevinding in de prediking zo helder te beschrijven dat er een goede basis is om er open over te kunnen spreken.

Verder maar weer …

Even pas op de plaats…

De aanpak van de woonkamer en de keuken heeft teveel van me gevraagd. Doordat we de benedenverdieping leeg moesten maken hebben we vier weken boven moeten bivakkeren. Daardoor was ons hele leven eigenlijk op zijn kop gezet. Daarnaast waren er steeds mensen in ons huis aan het werk en liepen bovendien regelmatig dingen anders dan gepland. Alles bij elkaar geen goede situatie voor een Asperger 🙂  Het resultaat is helaas dat ik nogal ontregeld ben en daardoor nauwelijks overeind kan blijven voor de normale dingen. Ik moet nu dus heel voorzichtig doen om te voorkomen dat ik niet helemaal terug zak in de problemen. Dat betekent dat het onderzoek nagenoeg stil ligt. De afspraak voor de bespreking van een aantal hoofdstukken heb ik moeten afzeggen (er is nauwelijks tekst om te bespreken, want ik kon me de achterliggende weken totaal niet concentreren). De ontregeling zorgt ook voor grote vermoeidheid.

Het resultaat van de aanpak van de benedenverdieping is mooi; dat het toch weer veel meer impact had op mijn Aspergerproblemen had ik zo niet voorzien. Het is allemaal veel kwetsbaarder dan ik dacht/hoopte. Ik blijf moeite houden met het inschatten van deze impact en van mijn eigen draagkracht.

Ik hoop heel erg dat het niet te lang doorwerkt in mijn dagelijkse omstandigheden, zodat ik binnen korte tijd weer in staat ben om in ieder geval iets substantieels aan het onderzoekswerk te kunnen doen.

Nog wel bezig….

Het is wel even geleden dat ik wat geschreven heb over mijn onderzoek. Dat had natuurlijk te maken met de vakantie. Ik heb echt een paar weken heel rustig aan gedaan met het onderzoek.

Toch gaat het wel door. Momenteel iets rustiger omdat we in huis bezig zijn met een ‘update’ van onze benedenverdieping (we wonen hier inmiddels bijna twintig jaar), maar tussendoor probeer ik steeds wel iets te doen.

De komende weken wil ik proberen om de eerste vier hoofdstukken te schrijven. Veel werk is al klaar, maar het echte schrijven kost toch wel tijd en energie. Het is de bedoeling dat dit begin oktober af is. Dan staat ook de bespreking gepland, dus dat is prettig om naar toe te werken.

De komende drie weken zal het werken aan het onderzoek wat onder druk komen te staan vanwege het feit dat er in huis gewerkt wordt, maar omdat ik dan verplicht boven moet zitten hoop ik toch wel een flink stuk schrijfwerk te kunnen doen.

Het gerommel in huis kost me wel veel energie en spanning (niet echt een ideale situatie voor iemand met Asperger 🙂 ). Ik hoop dat het allemaal lukt en het snel weer een beetje normaal wordt.

Over een goed gesprek en gevoelde grenzen

Afgelopen maandag heb ik met prof. Immink en dr. Pleizier zowel de (aangepaste) opzet voor de dissertatie als het hoofdstuk over het ‘koppelen van bevinding aan de tekst’ besproken. Het was een heel goede bespreking.

De opzet moet wat aangepast worden, maar is dan wel helemaal klaar. Sommige geplande hoofdstukken krijgen een andere plaats binnen het geheel, zodat de lijn sterker wordt.

Het hoofdstuk dat we bespraken is qua kern prima en duidelijk, maar moet een strakkere lijn krijgen die de lezer als vanzelf meeneemt en laat zien wat er in de preken gebeurt. Naast de empirische gegevens moet ik toch ook een stuk reflectie opnemen vanuit de vakliteratuur. Gelukkig heb ik het materiaal voor die reflectie bijna allemaal al wel doorgenomen. Ik had alleen gedacht dat er een striktere scheiding tussen het empirische en het theoretische deel moest zitten. Nu kan ik dat dus meer integreren.

Het gesprek lag tussen een weekend waarin het jammer genoeg niet zo goed met me ging en de dagen met de gevolgen van het gesprek. Het weekend was moeilijk omdat ik gewoon helemaal op was. De nawerking van de therapie, de drukke omstandigheden waar we in zitten en het werken aan het onderzoek eisten hun tol. Ik was bang dat het gesprek daarom niet zou kunnen doorgaan. Gelukkig lukte dat wel. Maar de dagen daarna zijn dus geen pretje. Ik ben duidelijk over de grens gegaan en moet daar nu voor betalen. Dat betekent dat verder gaan met het onderzoek de komende dagen nog niet zal lukken. Ik zal moeten knokken om fysiek en mentaal overeind te blijven. Ik vind dat echt moeilijk.

We leven als gezin toe naar de bruiloft van onze jongste zoon (over twee weken). Dat kost ook aandacht en energie. Maar het is ook iets om naar uit te kijken. Ik denk niet dat ik voor die tijd nog weer een berichtje zal plaatsen. Ik hoop wel dat ik voor die tijd nog weer wat aan het onderzoek kan werken.

Therapie afgesloten; nu (weer) gaan schrijven

Even kort ‘bijpraten’. De therapie i.v.m. de depressieve problemen is deze week afgesloten. Er is veel aan de orde geweest. Het is moeilijk om nu al aan te kunnen geven wat de betekenis ervan is voor het dagelijks functioneren, maar de therapie heeft wel al veel verhelderd. Die verheldering is voor een groot deel ook vrucht van de gesprekken die ik naar aanleiding van de therapie met Jannie had. Zij wist bij de ‘theorie’ uit de therapie de concrete voorbeelden uit ons dagelijks leven aan te geven. Daardoor kreeg ik er niet alleen beter grip op, maar ging ik ook beseffen wat een en ander betekende voor de mensen om mij heen en ook voor mijzelf.

Het belangrijkste onderwerp in de therapie was toch wel dat ik onder ogen moest leren zien hoe vergaand mijn perspectief op allerlei zaken en situaties wordt beïnvloed door mijn Asperger-problemen. Dat betekent dat de ‘triggers’ die in dat perspectief aanwezig zijn, en die vaak aanleiding geven tot depressieve problemen, vooral te maken hebben met mijn Asperger-problemen. Om de werking van die ‘triggers’ te verminderen moet ik dus werken aan een correcter perspectief.

In de therapie heb ik handvatten gekregen om aan verbetering te werken. Ik hoop erg dat ik ook in staat ben om daar blijvend mee aan de slag te kunnen gaan. Op termijn kan dat veel voor me betekenen. Voor nu is het dus nog wel hard werken om de nieuwe inzichten ook vruchtbaar te maken.

Het zal duidelijk zijn dat dit intensieve therapie-traject veel energie heeft gekost (en voorlopig zal blijven kosten). Als gevolg daarvan liep het onderzoek de laatste maanden langzamer dan ik had gehoopt. Nu wil ik proberen om de draad weer helemaal op te pakken. Dat betekent dat ik hard moet gaan werken aan het schrijven van de hoofdstukken. Over ruim twee weken heb ik een gesprek over het hoofdstuk waar ik de afgelopen tijd aan begonnen ben, dus als het goed gaat kan ik in het volgend berichtje melden dat er een eerste versie van dat hoofdstuk af is.

Gelukkig weer gestart….

De achterliggende weken waren moeilijk. Niet alleen was ik fysiek heel moe, maar ik had veel last van de gevolgen van de therapie. Als gevolg daarvan heb ik de laatste weken niet aan mijn onderzoek kunnen werken. Dat was jammer, maar vooral de problemen waren heel vervelend. Erge moeheid, veel gedoe in mijn hoofd door de therapie…. dan is de strijd met depressieve gedachten zwaar.

Gelukkig kon ik gisteren weer iets aan het onderzoek doen. Ik ben begonnen met het schrijven aan het proefschrift. Nog niet veel concreets (twee pagina’s van één van de kernhoofdstukken), maar het is heerlijk om weer het gevoel te hebben dat het gaat lukken.

Ik hoop volgende keer te kunnen melden dat ik het weer helemaal opgepakt heb.